Safari Botswana
In
een 4x4 stappen en daarmee door de wildernis van zuidelijk Afrika trekken.
Enorme ongerepte gebieden doorkruisen, zandwegen en rivieren trotseren. Onderweg
kamperen tussen olifanten, nijlpaarden en leeuwen. Dit is wat wij tijdens onze
vakantie het liefste doen. Tussen alle avonturen door zijn we bezig met onze
gezamenlijke passie. Het opsporen, bewonderen en fotograferen van wildlife
brengt ons ieder jaar naar Afrika. En ons dochtertje Anouck (4 jaar) gaat gewoon
mee. Sterker nog: dit was haar derde keer…
In mei 2009 zijn we vier weken lang op safari geweest in Botswana. Het werd een prachtige maar ook pittige reis. Naast de prachtige ontmoetingen met de wilde dieren van Afrika, kruisten ook allerlei onverwachte en soms ongewenste avonturen ons pad. Ons vervoermiddel was een Toyota Hilux, uitgerust met twee daktenten.
Het avontuur begon al direct bij aankomst. De
regentijd bleek licht te zijn uitgelopen. De eerste twee dagen in de Kalahari
werden we geteisterd door stortregens. Een fikse tropische onweersbui deed ons
‘s nachts uit onze - met een metalen trapje naar de grond verbonden- daktenten
vluchten. Een groot deel van de nacht brachten we schuilend in de auto door. In
het stadje Maun werden we uit onze slaap gehouden door het uitbundige Afrikaanse
uitgaansleven. Totaal niet uitgerust van de vlucht en de eerste dagen en nachten
trokken we verder de wildernis in, eindelijk rust…
Of
toch niet… Op het kamp in Nxai Pans National Park werden we opgewacht door drie
olifantenbullen. Zij kwamen zo dichtbij dat we de auto niet meer uit durfden en
‘s nachts nauwelijks sliepen. De dag erna waren zij vertrokken, maar werd Wim
getroffen door een voedselvergiftiging. Gelukkig was de nacht erop volle maan,
waardoor hij met goed zicht op de omgeving zijn behoefte op de savanne kon doen
(en nog eens en nog eens en…). Op wildgebied leverde Nxai Pains onverwacht goede
waarnemingen op. Door de regens zou er weinig wild te spotten zijn: waarom
zouden de grazers zich bij de waterholes op de open vlaktes wagen, als er overal
voldoende water te vinden is. De grote groepen gnoes en zebra’s waren er
inderdaad niet, maar wel twee cheetah-broers en een groep van negen wilde
honden! We konden ons geluk niet op.
Op weg naar ons volgende doel, Kubu Island in de Makgadikgadi Pans, werden we wederom op de proef gesteld. Karrensporen die overal heen leidden en onze kaarten en in-car navigatiesysteem die daar niet goed raad mee wisten (“na 94 km maak een u-bocht”). De rit was zwaar: door diep water en rul zand bereikten we vele uren later ons doel. De weg terug de volgende dag ging (iets) beter, we kenden nu tenslotte de route. Daarna asfalt tot aan Kasane, een makkie… not. De ergste regentijd in 26 jaar had enorme gaten geslagen in een voorheen perfecte asfaltweg. Laat in de middag en chagrijnig van vermoeidheid van alles wat we de voorbije week hadden meegemaakt, kwamen we aan bij de Chobe Safari-lodge in Kasane. Waar ze te kampen hadden met ook de hoogste rivierstand in 26 jaar. De camping lag deels onder water en was deels onkampeerbaar, voor de rest was hij vol. We namen dan maar een dure kamer, maar met een heerlijke douche, bad en bed. Het restaurant was geweldig en het uitzicht op de Caprivi-strip onbeschrijflijk.
In de Chobe Safari-lodge hebben we twee
onvergetelijke dagen beleefd, met de safari-cruise over de Chobe-rivier als
absoluut hoogtepunt. Tafarelen met olifanten, buffels, nijlpaarden, krokodillen
en de vele soorten watervogels die langs je heen schuiven, gevolgd door een van
de mooiste
zonsondergangen die je ooit zult meemaken.
De volgende twee weken brachten we geheel in de wildernis van Chobe National Park en de Okavango Delta door. In Kasane sloegen we proviand in en gingen op weg. Niet nadat Wim de Hilux tegen een boom had gezet… Het kamperen in de wildernis was heerlijk. Iedere ochtend stonden we omstreeks half zes op om vlak na zonsopkomst een safaririt te maken. Op het heetst van de dag was het relaxen en met Anouck spelen. In de namiddag maakten we weer een ritje. De avonden waren verzadigd van de geluiden van krekels, kikkers en vleermuizen. Soms onderbroken door het gewoep van een hyena of het verre gebrul van een leeuw.
In Botswana staan geen hekken om de kampen, dus
alles kan in principe over je kampeerplek lopen. En dat gebeurde dan ook. We
hebben gezelschap gehad van buffels, een grazend nijlpaard, hyena’s, impala’s en
allerlei vogels, eekhoorns en mangoesten die
afkwamen
op onze broodkruimels. Een keer passeerde een olifantenbull tot op anderhalve
meter terwijl Wim met Anouck op schoot op de grond zat te barbecuen. Anouck
hield zich stil, de olifant keek even opzij en liep rustig door…oef. De schrik
kwam pas later.
In de Okavango Delta ging het er heftiger aan toe toen een groep
leeuwen ‘s avonds ons kampeerplekje bezocht. Een leeuw sprong op de ladder en
snuffelde even aan de daktent waar Viviane tot dat moment lag te slapen. Daarna
volgde beneden een groot kabaal. Wim keek stiekem langs de ritssluiting
en zag dat een van de kampeerstoelen weg was. De onrust hield nog een tijdje
aan. Er werd geslopen en gejaagd, honderd meter verderop klonk het gegil van een
wrattenzwijn. De volgende ochtend vonden we onze stoel terug in de bosjes, de
stukken eruit gereten en stinkend naar de geur van rottend vlees, typerend voor
het speeksel van een leeuw.
Die ochtend zijn we op kamp gebleven om even bij
te komen. De leider van een bavianengroep dacht daar echter anders over. Ondanks
wilde gebaren van ons, liep hij op zijn gemak tussen ons door om vervolgens de
achterbak van de auto te plunderen. Viviane sloeg hem eruit met haar hoofdlamp
en zette de achtervolging in. Zij heeft nog zes appels weten te redden, verder
zaten er drie in zijn wangen, een tussen zijn enorme tanden en een in zijn hand.
We werden ondertussen steeds bedrevener in het
rijden door de wildernis. Al ging het met hindernissen en niet zonder af en toe
de hulp in te roepen van passerende reizigers en ervaren safaribegeleiders. Zo
zijn we letterlijk uit de modder getrokken en figuurlijk op sleeptouw genomen om
de weg naar kamp te vinden, hebben we met vier man een van onze velgen losgehakt
van een stronk leadwood (de band zelf bleek achteraf niet lek!), hebben lokale
gidsen de schenktuit van een jerrycan uit onze brandstofleiding bevrijd en reden
we uiteindelijk op de laatste dag van de reis toch nog lek. Hoogtepunten van onze
eigen “off-road skills” waren die keren dat we diep water overstaken, dat we met
bijl en gras onszelf loswerkte van alweer een enorme stronk en al navigerend op
de zon en het landschap onze tom-tom te slim af waren.
Dit en nog meer hebben wij dit jaar beleefd in vier weken Botswana. We kunnen niet wachten tot we weer naar zuidelijk Afrika kunnen terugkeren.
Wim en Viviane van Urk